Wie via GeGe Makelaardij een bezichtigingsreis boekt krijgt 2 gratis overnachtingen voor 2 personen bij het luxe Hungary Holiday Homes. Ook staplaatsen voor caravans en tenten zijn beschikbaar.
Neem voor meer informatie contact met ons op, Tel: 0036-202 626 706.
woensdag 21 september 2011
maandag 23 mei 2011
Hongarije op "Droomhuis Gezocht"
Heden avond is GeGe Makelaardij te zien op het programma Droomhuis Gezocht op Nederland 1.
In deze uitzending gaan Rob en Anita op zoek naar een echte Hongaarse boerenwoning in het Zuid-Westen van Hongarije.
Via de website van Uitzending gemist kunt u de video bekijken http://www.omroepmax.nl/?waxtrapp=edbpqDsHnHUVONgCxBG
Hebt u ook interesse in een woonhuis of vakantiewoning in het prachtige Hongarije kijk dan op onze website: www.hongarijehuis.nl voor meer informatie.
In deze uitzending gaan Rob en Anita op zoek naar een echte Hongaarse boerenwoning in het Zuid-Westen van Hongarije.
Via de website van Uitzending gemist kunt u de video bekijken http://www.omroepmax.nl/?waxtrapp=edbpqDsHnHUVONgCxBG
Hebt u ook interesse in een woonhuis of vakantiewoning in het prachtige Hongarije kijk dan op onze website: www.hongarijehuis.nl voor meer informatie.
woensdag 6 april 2011
Verandering service bij GeGe Makelaardij
Geachte cliënten,
Ondanks de “recessie”, heeft GEGE Makelaardij het drukker dan ooit en nemen de verkopen van 2e woningen in Hongarije alleen maar toe. Om de huidige en toekomstige klanten de service te geven die zij van ons gewend zijn en mogen verwachten, zouden wij ons personeelsbestand moeten gaan uitbreiden.
Wij hebben er echter voor gekozen om onze organisatie zodanig aan te passen dat er meer tijd ontstaat voor onze huidige medewerkers om de afdeling “verkoop” te assisteren. Om dit te bereiken hebben wij onze “service afdeling” met ingang van 1
september 2010 overgedragen aan Hungaryhouses Kft, een professioneel bedrijf waarmee een aantal duidelijke afspraken zijn gemaakt.
Voor U als klant van GEGE Makelaardij betekent dit het volgende:
Heeft U een huis gekocht vóór 1 september 2009: U kunt een overeenkomst afsluiten met het servicekantoor HungaryHouses Kft; alle mogelijkheden en details kunt U vinden op: www.hungaryhouses.com.
Voor alle duidelijkheid maken wij u er op attent dat indien u nog gebruik maakt van ons postadres, dit per heden is komen te vervallen.
Heeft u een huis gekocht in de periode van 1 september 2009 tot 1
september 2010:
In de door U betaalde Kosten Koper is een bedrag aan servicekosten inbegrepen voor een periode van 12 maanden na datum aankoop. U heeft dus recht op assistentie en kan, zonder kosten, een beroep doen op de diensten van Hungaryhouses Kft.
Voor een omschrijving van deze diensten, kijk op www.hungaryhouses.com onder pakket “Nieuwe eigenaar, basic”.
Voor nieuwe klanten van GEGE Makelaardij:
Bij de ondertekening van het koopcontract, ontvangt U een servicecontract voor een jaar assistentie zoals omschreven op de website van Hungary Houses KFT, onder pakket “Nieuwe eigenaar, basic”.
Het is vanzelfsprekend dat wij regelmatig contact met Hungaryhouses Kft hebben om er voor te zorgen dat, in goed overleg en met in achtneming van onze hoge eisen, een en ander naar wens wordt uitgevoerd.
Mocht U nog vragen hebben, dan kunt U natuurlijk altijd per e-mail contact opnemen met Marc Nijhuis.
Wij vertrouwen er op dat wij onze service hiermee naar een nog hoger niveau hebben gebracht en dat het volledig voldoet aan ons motto “een verkoop bestaat niet alleen uit het ondertekenen van een koopcontract”.
Met vriendelijke groet,
GeGe Makelaardij,
Robert Kemkers, Marc Nijhuis en Gabor Genzler.
Ondanks de “recessie”, heeft GEGE Makelaardij het drukker dan ooit en nemen de verkopen van 2e woningen in Hongarije alleen maar toe. Om de huidige en toekomstige klanten de service te geven die zij van ons gewend zijn en mogen verwachten, zouden wij ons personeelsbestand moeten gaan uitbreiden.
Wij hebben er echter voor gekozen om onze organisatie zodanig aan te passen dat er meer tijd ontstaat voor onze huidige medewerkers om de afdeling “verkoop” te assisteren. Om dit te bereiken hebben wij onze “service afdeling” met ingang van 1
september 2010 overgedragen aan Hungaryhouses Kft, een professioneel bedrijf waarmee een aantal duidelijke afspraken zijn gemaakt.
Voor U als klant van GEGE Makelaardij betekent dit het volgende:
Heeft U een huis gekocht vóór 1 september 2009: U kunt een overeenkomst afsluiten met het servicekantoor HungaryHouses Kft; alle mogelijkheden en details kunt U vinden op: www.hungaryhouses.com.
Voor alle duidelijkheid maken wij u er op attent dat indien u nog gebruik maakt van ons postadres, dit per heden is komen te vervallen.
Heeft u een huis gekocht in de periode van 1 september 2009 tot 1
september 2010:
In de door U betaalde Kosten Koper is een bedrag aan servicekosten inbegrepen voor een periode van 12 maanden na datum aankoop. U heeft dus recht op assistentie en kan, zonder kosten, een beroep doen op de diensten van Hungaryhouses Kft.
Voor een omschrijving van deze diensten, kijk op www.hungaryhouses.com onder pakket “Nieuwe eigenaar, basic”.
Voor nieuwe klanten van GEGE Makelaardij:
Bij de ondertekening van het koopcontract, ontvangt U een servicecontract voor een jaar assistentie zoals omschreven op de website van Hungary Houses KFT, onder pakket “Nieuwe eigenaar, basic”.
Het is vanzelfsprekend dat wij regelmatig contact met Hungaryhouses Kft hebben om er voor te zorgen dat, in goed overleg en met in achtneming van onze hoge eisen, een en ander naar wens wordt uitgevoerd.
Mocht U nog vragen hebben, dan kunt U natuurlijk altijd per e-mail contact opnemen met Marc Nijhuis.
Wij vertrouwen er op dat wij onze service hiermee naar een nog hoger niveau hebben gebracht en dat het volledig voldoet aan ons motto “een verkoop bestaat niet alleen uit het ondertekenen van een koopcontract”.
Met vriendelijke groet,
GeGe Makelaardij,
Robert Kemkers, Marc Nijhuis en Gabor Genzler.
Labels:
administratie,
beheer,
diensten,
hongarije,
houses,
hungary,
kft,
schoonmaak,
service,
tuinonderhoud,
woning,
zwembadonderhoud
zaterdag 2 april 2011
Hongarije op TV, Droomhuis gezocht.
Maandag 4 april 2011 staat Hongarije eindelijk weer eens in het licht. Het programma Droomhuis gezocht van Omroep Max gaat in Hongarije op zoek naar huizen. De kandidaten zullen enkele woningen gaan bekijken waarna er wellicht een beslissing zal vallen.
De uitzending is op maandag 4 april om 22.00 uur op Nederland 1.
Veel plezier en tot ziens!
De uitzending is op maandag 4 april om 22.00 uur op Nederland 1.
Veel plezier en tot ziens!
dinsdag 1 juni 2010
Parlementsverkiezingen in Hongarije 2010 (deel 3)
Uitslag van de verkiezingen
Terug naar de uitslag van de parlementsverkiezingen van 11 en 25 april. In de eerste ronde deelde de lijstcombinatie Fidesz-KDNP een heel harde klap uit, door gelijk 119 van de 176 districten met een absolute meerderheid te winnen. Op een na was zij in alle overige districten ook de grootste. In de tweede ronde werden nog eens 54 districten geworden. De MSZP wist uiteindelijk twee districten in Boedapest te winnen en in het uiterste noordoosten van het land, tegen de Slowaakse grens, won de partijloze burgemeester van het stadje Edelény (voorheen parlementslid namens Fidesz) een eigen zetel. Hieruit blijkt duidelijk dat veel kiezers zich hebben laten leiden door landelijke themata en dat de binding tussen lokale kandidaat en electoraat kleiner lijkt te worden. Bij de stemmen op de partijlijsten behaalde Fidesz bijna 53%; voor het eerst in de geschiedenis sinds 1990 haalde de grootste partij ook daadwerkelijk een absolute meerderheid van alle stemmen. Natuurlijk was de uitkomst niet zo hoog als onder het communistische politieke systeem, maar hieruit blijkt duidelijk de afkeer van de bevolking tegen de zittende regering en de afrekening met de door velen nog niet vergeten destijds toegegeven ‘leugens’ in 2006. Doordat niet alle partijen de kiesdrempel haalden kreeg Fidesz-KDNP 87 zetels van de gewestelijke lijsten, ofwel 59,6%. Nu de centrum-rechtse volkspartij duidelijk bevoorrecht is door het districtenstelsel, vooral door het winnen van vrijwel alle kiesdistricten, ontving zij na gecompliceerde berekeningen slechts 3 van de 64 zetels van de eerder besproken ‘compensatielijst’. In totaal haalde de partij bij elkaar maar liefst 263 van de 386 zetels, ofwel ruim 68%. Zelfs ondanks het karakter van het kiesstelsel dat onevenredige bevoordeling probeert te voorkomen, behaalde de lijstcombinatie zelfs een tweederde meerderheid. Hierdoor is niet alleen een coalitie overbodig, maar kan de partij ook belangrijke wetten in haar eentje wijzigen, waarvoor een tweederde meerderheid nodig is, zoals bijvoorbeeld in het geval van constitutionele wijzigingen.
Voor de MSZP, in 2006 nog goed voor net geen 50% van de zetels, verliepen de verkiezingen dramatisch, wellicht nog slechter dan niet alleen gehoopt, maar ook verwacht: naast de slechts twee gewonnen districten behaalde de partij slechts iets meer dan 19% van de op de partijen uitgebrachte stemmen, goed voor ook 19% (28 zetels) van de gewestelijke lijsten en daarmee maar nipt de tweede partij in het land. Het relatief grote aantal tweede plaatsen bij de districten resulteerde in 29 mandaten middels de compensatielijst, waardoor de partij uiteindelijk uitkwam op slechts 59 zetels, ofwel 15% van het totaal. In het hele land werd de partij zwaar afgerekend en zelfs traditionele bolwerken wist men niet te behouden. Waar in het verleden vooral het oosten van Hongarije veel trouwe aanhangers van de MSZP kent, zijn velen daarvan niet zozeer overgestapt naar Fidesz, maar opvallend veel naar Jobbik, in die zin een ‘ruk naar rechts’.
Jobbik wist geen enkel district te winnen, maar heeft opvallend genoeg in heel Hongarije succes geboekt, in het bijzonder – zoals valt te verwachten – in de economisch minder ontwikkelde delen en regio’s die te kampen hebben met een stijgende en reeds hoge werkloosheid. De partij haalde 16,7% van de stemmen, goed voor 26 zetels van de gewestelijke en 21 van de landelijke compensatielijst. Uiteindelijk haalde men daarmee 47 mandaten, ofwel iets meer dan 12%. Dat is zeker niet gering voor een nieuwe partij, maar de reacties in Westerse media lijken wat dat betreft wat overtrokken, want dit percentage (in Nederlandse verhoudingen ongeveer 18 zetels) is duidelijk lager dan waar de PVV op hoopt en schijnt te kunnen verwachten volgens de al dan niet manipulatieve recentelijke peilingen in Nederland. Daar komt bij dat de partij in de praktijk niet echt een zwaar stempel kan drukken op het beleid, nu eigenlijk alle parlementaire partijen zich van haar distantiëren en er voor het vormen van een regering ook absoluut geen steun van Jobbik vereist is. In de praktijk valt de in onder andere Nederlandse kranten veel gekopte ‘ruk naar rechts’ dus heel erg mee. Te meer, omdat zoals eerder betoogd het door Fidesz in haar verkiezingsprogramma beschreven beleid op veel punten juist in het geheel niet ‘rechtser’ lijkt dan dat van haar regerende voorganger MSZP.
Ten slotte boekte ook de andere nieuwkomer, de groene LMP een historische overwinning door 7,5% van de stemmen te winnen en dat vooral in Boedapest en enkele andere grotere steden. Daarmee heeft de partij zich toch een positie weten te verwerven tussen het gekrakeel van de andere grote partijen. Dit resulteerde in slechts 5 zetels van de gewestelijke lijsten, maar hier bleek de landelijke lijst enigszins te compenseren, door nog eens 11 zetels toe te voegen, resulterende in totaal 16 zetels (4%). Ook dit lijkt redelijk overeen te komen met het beeld in veel West-Europese landen en is opmerkelijk in vergelijking met de meeste buurlanden, waar groene partijen (thans) nog geheel of vrijwel afwezig zijn.
Conclusie en vooruitblik
Het algehele beeld van de verkiezingsuitslag laat zien dat er net als de vorige keren ondanks de pluriforme partijdemocratie uiteindelijk slechts vier partijen vertegenwoordigd zijn in het parlement in Boedapest. Doch in plaats van twee grote en twee kleine partijen die aan elkaar worden gekoppeld voor meermalen beproefde coalities, hebben er nu één heel grote en twee middelgrote en een vrij kleine partij zitting in het parlement. Voor het eerst sinds het tijdperk van de Socialistische Heilsstaat is er nu geen coalitie nodig, waardoor een nieuwe regering in recordtijd is gevormd: het kabinet Orbán II. De nieuwe premier en zijn partij beloven de crisis te lijf te gaan door zoveel als mogelijk te snijden in de bureaucratie, de belastingen sterk te vereenvoudigen (en daarbij per saldo ook te verlagen) en verder de Hongaarse economie er bovenop te helpen door het kopen van Hongaarse producten en de export te stimuleren. Mooie woorden die blijkens de uitslag vorige maand op instemming van de meeste Hongaren kunnen rekenen. Orbán is begonnen het aantal ministers sterk terug te brengen en gedeeltelijk te vervangen door staatssecretarissen. Ook het aantal ministeries wordt verkleind, waaronder de introductie van een gezamenlijk Minister voor Binnenlandse Zaken en Justitie. Hoe dit uit zal pakken zal men kunnen bezien de komende tijd, het toont in ieder geval duidelijke parallellen met gedane voorstellen in Nederland. In totaal zullen er waarschijnlijk 11 ministers zijn, waarvan een afgevaardigd wordt door de KDNP, verantwoordelijk voor minderheden en religieuze zaken en tevens een van de twee vice-premiers. Net als in andere, niet alleen omringende landen staat de nieuwe regering voor een zware taak, namelijk het terugdringen van het begrotingstekort en het regeren tijdens een zeer zware economische crisis. Nu zijn Hongaren daar beter aan gewend dan bijvoorbeeld Nederlanders, echter de orde van grootte van de problemen is wel anders dan in het recente verleden en de tijd zal leren of de regering na verloop van tijd en het nemen van onafwendbare bezuinigingsmaatregelen nog even veel steun zal genieten als dat nu het geval is.
De melancholische, van nature pessimistisch ingestelde Hongaar lijkt zich daar ook wel van bewust, maar ziet het – net als de bijna 36% die überhaupt niet is gaan stemmen – als een keuze van door de hond of kat gebeten te worden en een meerderheid heeft er vertrouwen in dat het in elk geval niet slechter kan dan de afgelopen acht jaar van schandalen, ruzie, tekorten, privatiseringen en bezuinigingen. Uiteraard is er bij sommigen wat angst voor de tweederde meerderheid en daarmee gepaard gaande politieke macht, Fidesz en vooral Viktor Orbán proberen die telkens zoveel mogelijk weg te nemen door te hameren op nationale eenheid en een zo breed mogelijk gedragen steun voor de te voeren maatregelen. Als ‘rechtgeaarde Hongaar’ zegt de premier slechts het beste voor zijn land te willen en beseft hij dat Hongarije zeker niet zonder de EU kan of wil. Vooralsnog krijgt hij het voordeel van de twijfel en is de algemene tendens onder de bevolking dat er nu een voorlopig einde lijkt te zijn gekomen aan de verlammende werking van besluiteloze krappe meerderheidscoalities gedurende de afgelopen twee decennia. Of het nu naar rechts of naar links is, er moet een duidelijke richting worden gekozen en als het niet anders kan, dan maar dwars rechtdoor, door muren van tegenstanders heen, de traditioneel favoriete richting van de Magyaren. Hoe meer ze in bedreiging lijken te komen en hoe moeilijker het wordt, des te sterker en eensgezinder het volk is – tot er opnieuw tweespalt uitbreekt. Er is volgens de regering nu één tegenstander en dat zijn geen etnische groepen of buurlanden, maar de wereldwijde economische crisis.
Met dank aan mr. drs. R. H. C. Kemkers.
Terug naar de uitslag van de parlementsverkiezingen van 11 en 25 april. In de eerste ronde deelde de lijstcombinatie Fidesz-KDNP een heel harde klap uit, door gelijk 119 van de 176 districten met een absolute meerderheid te winnen. Op een na was zij in alle overige districten ook de grootste. In de tweede ronde werden nog eens 54 districten geworden. De MSZP wist uiteindelijk twee districten in Boedapest te winnen en in het uiterste noordoosten van het land, tegen de Slowaakse grens, won de partijloze burgemeester van het stadje Edelény (voorheen parlementslid namens Fidesz) een eigen zetel. Hieruit blijkt duidelijk dat veel kiezers zich hebben laten leiden door landelijke themata en dat de binding tussen lokale kandidaat en electoraat kleiner lijkt te worden. Bij de stemmen op de partijlijsten behaalde Fidesz bijna 53%; voor het eerst in de geschiedenis sinds 1990 haalde de grootste partij ook daadwerkelijk een absolute meerderheid van alle stemmen. Natuurlijk was de uitkomst niet zo hoog als onder het communistische politieke systeem, maar hieruit blijkt duidelijk de afkeer van de bevolking tegen de zittende regering en de afrekening met de door velen nog niet vergeten destijds toegegeven ‘leugens’ in 2006. Doordat niet alle partijen de kiesdrempel haalden kreeg Fidesz-KDNP 87 zetels van de gewestelijke lijsten, ofwel 59,6%. Nu de centrum-rechtse volkspartij duidelijk bevoorrecht is door het districtenstelsel, vooral door het winnen van vrijwel alle kiesdistricten, ontving zij na gecompliceerde berekeningen slechts 3 van de 64 zetels van de eerder besproken ‘compensatielijst’. In totaal haalde de partij bij elkaar maar liefst 263 van de 386 zetels, ofwel ruim 68%. Zelfs ondanks het karakter van het kiesstelsel dat onevenredige bevoordeling probeert te voorkomen, behaalde de lijstcombinatie zelfs een tweederde meerderheid. Hierdoor is niet alleen een coalitie overbodig, maar kan de partij ook belangrijke wetten in haar eentje wijzigen, waarvoor een tweederde meerderheid nodig is, zoals bijvoorbeeld in het geval van constitutionele wijzigingen.
Voor de MSZP, in 2006 nog goed voor net geen 50% van de zetels, verliepen de verkiezingen dramatisch, wellicht nog slechter dan niet alleen gehoopt, maar ook verwacht: naast de slechts twee gewonnen districten behaalde de partij slechts iets meer dan 19% van de op de partijen uitgebrachte stemmen, goed voor ook 19% (28 zetels) van de gewestelijke lijsten en daarmee maar nipt de tweede partij in het land. Het relatief grote aantal tweede plaatsen bij de districten resulteerde in 29 mandaten middels de compensatielijst, waardoor de partij uiteindelijk uitkwam op slechts 59 zetels, ofwel 15% van het totaal. In het hele land werd de partij zwaar afgerekend en zelfs traditionele bolwerken wist men niet te behouden. Waar in het verleden vooral het oosten van Hongarije veel trouwe aanhangers van de MSZP kent, zijn velen daarvan niet zozeer overgestapt naar Fidesz, maar opvallend veel naar Jobbik, in die zin een ‘ruk naar rechts’.
Jobbik wist geen enkel district te winnen, maar heeft opvallend genoeg in heel Hongarije succes geboekt, in het bijzonder – zoals valt te verwachten – in de economisch minder ontwikkelde delen en regio’s die te kampen hebben met een stijgende en reeds hoge werkloosheid. De partij haalde 16,7% van de stemmen, goed voor 26 zetels van de gewestelijke en 21 van de landelijke compensatielijst. Uiteindelijk haalde men daarmee 47 mandaten, ofwel iets meer dan 12%. Dat is zeker niet gering voor een nieuwe partij, maar de reacties in Westerse media lijken wat dat betreft wat overtrokken, want dit percentage (in Nederlandse verhoudingen ongeveer 18 zetels) is duidelijk lager dan waar de PVV op hoopt en schijnt te kunnen verwachten volgens de al dan niet manipulatieve recentelijke peilingen in Nederland. Daar komt bij dat de partij in de praktijk niet echt een zwaar stempel kan drukken op het beleid, nu eigenlijk alle parlementaire partijen zich van haar distantiëren en er voor het vormen van een regering ook absoluut geen steun van Jobbik vereist is. In de praktijk valt de in onder andere Nederlandse kranten veel gekopte ‘ruk naar rechts’ dus heel erg mee. Te meer, omdat zoals eerder betoogd het door Fidesz in haar verkiezingsprogramma beschreven beleid op veel punten juist in het geheel niet ‘rechtser’ lijkt dan dat van haar regerende voorganger MSZP.
Ten slotte boekte ook de andere nieuwkomer, de groene LMP een historische overwinning door 7,5% van de stemmen te winnen en dat vooral in Boedapest en enkele andere grotere steden. Daarmee heeft de partij zich toch een positie weten te verwerven tussen het gekrakeel van de andere grote partijen. Dit resulteerde in slechts 5 zetels van de gewestelijke lijsten, maar hier bleek de landelijke lijst enigszins te compenseren, door nog eens 11 zetels toe te voegen, resulterende in totaal 16 zetels (4%). Ook dit lijkt redelijk overeen te komen met het beeld in veel West-Europese landen en is opmerkelijk in vergelijking met de meeste buurlanden, waar groene partijen (thans) nog geheel of vrijwel afwezig zijn.
Conclusie en vooruitblik
Het algehele beeld van de verkiezingsuitslag laat zien dat er net als de vorige keren ondanks de pluriforme partijdemocratie uiteindelijk slechts vier partijen vertegenwoordigd zijn in het parlement in Boedapest. Doch in plaats van twee grote en twee kleine partijen die aan elkaar worden gekoppeld voor meermalen beproefde coalities, hebben er nu één heel grote en twee middelgrote en een vrij kleine partij zitting in het parlement. Voor het eerst sinds het tijdperk van de Socialistische Heilsstaat is er nu geen coalitie nodig, waardoor een nieuwe regering in recordtijd is gevormd: het kabinet Orbán II. De nieuwe premier en zijn partij beloven de crisis te lijf te gaan door zoveel als mogelijk te snijden in de bureaucratie, de belastingen sterk te vereenvoudigen (en daarbij per saldo ook te verlagen) en verder de Hongaarse economie er bovenop te helpen door het kopen van Hongaarse producten en de export te stimuleren. Mooie woorden die blijkens de uitslag vorige maand op instemming van de meeste Hongaren kunnen rekenen. Orbán is begonnen het aantal ministers sterk terug te brengen en gedeeltelijk te vervangen door staatssecretarissen. Ook het aantal ministeries wordt verkleind, waaronder de introductie van een gezamenlijk Minister voor Binnenlandse Zaken en Justitie. Hoe dit uit zal pakken zal men kunnen bezien de komende tijd, het toont in ieder geval duidelijke parallellen met gedane voorstellen in Nederland. In totaal zullen er waarschijnlijk 11 ministers zijn, waarvan een afgevaardigd wordt door de KDNP, verantwoordelijk voor minderheden en religieuze zaken en tevens een van de twee vice-premiers. Net als in andere, niet alleen omringende landen staat de nieuwe regering voor een zware taak, namelijk het terugdringen van het begrotingstekort en het regeren tijdens een zeer zware economische crisis. Nu zijn Hongaren daar beter aan gewend dan bijvoorbeeld Nederlanders, echter de orde van grootte van de problemen is wel anders dan in het recente verleden en de tijd zal leren of de regering na verloop van tijd en het nemen van onafwendbare bezuinigingsmaatregelen nog even veel steun zal genieten als dat nu het geval is.
De melancholische, van nature pessimistisch ingestelde Hongaar lijkt zich daar ook wel van bewust, maar ziet het – net als de bijna 36% die überhaupt niet is gaan stemmen – als een keuze van door de hond of kat gebeten te worden en een meerderheid heeft er vertrouwen in dat het in elk geval niet slechter kan dan de afgelopen acht jaar van schandalen, ruzie, tekorten, privatiseringen en bezuinigingen. Uiteraard is er bij sommigen wat angst voor de tweederde meerderheid en daarmee gepaard gaande politieke macht, Fidesz en vooral Viktor Orbán proberen die telkens zoveel mogelijk weg te nemen door te hameren op nationale eenheid en een zo breed mogelijk gedragen steun voor de te voeren maatregelen. Als ‘rechtgeaarde Hongaar’ zegt de premier slechts het beste voor zijn land te willen en beseft hij dat Hongarije zeker niet zonder de EU kan of wil. Vooralsnog krijgt hij het voordeel van de twijfel en is de algemene tendens onder de bevolking dat er nu een voorlopig einde lijkt te zijn gekomen aan de verlammende werking van besluiteloze krappe meerderheidscoalities gedurende de afgelopen twee decennia. Of het nu naar rechts of naar links is, er moet een duidelijke richting worden gekozen en als het niet anders kan, dan maar dwars rechtdoor, door muren van tegenstanders heen, de traditioneel favoriete richting van de Magyaren. Hoe meer ze in bedreiging lijken te komen en hoe moeilijker het wordt, des te sterker en eensgezinder het volk is – tot er opnieuw tweespalt uitbreekt. Er is volgens de regering nu één tegenstander en dat zijn geen etnische groepen of buurlanden, maar de wereldwijde economische crisis.
Met dank aan mr. drs. R. H. C. Kemkers.
Labels:
communistische,
district,
fidesz,
hongarije,
LMP,
meerderheid,
minderheden,
ministers,
Orbán,
parlement,
parlementsverkiezingen,
politiek,
PVV,
verkiezingen
donderdag 27 mei 2010
Parlementsverkiezingen in Hongarije 2010 (deel 2)
Schets van het politieke klimaat en ontwikkelingen de laatste jaren.
Na deze uitvoerige beschrijving van het ingewikkelde Hongaarse kiesstelsel gaan we stapje voor stapje verder naar de vraag wie de parlementsverkiezingen nu hebben gewonnen dit jaar. Daarvoor zullen we kort de thans belangrijkste Hongaarse politieke partijen voor het voetlicht brengen, maar eerst nog even de politieke ontwikkelingen van de afgelopen jaren kort doornemen.
Net als in Nederland, zijn in Hongarije coalities gebruikelijk. Maar door de combinatie van het evenredigheids- met het districtenstelsel en het invoeren van een redelijk hoge kiesdrempel is het aantal partijen dat vertegenwoordigd is in het parlement in ieder geval tegenwoordig lager dan in Nederland. De partijen in het parlement zijn in de loop der tijd wel gewijzigd, verder zijn er eindeloze partijfusies, -scheuringen en –splitsingen geweest, evenals naamswijzigingen. Grofweg waren in ieder geval tot voor kort de belangrijkste internationale politieke stromingen vertegenwoordigd, zij het niet allemaal in het parlement. Ondanks het vaak moeilijke verloop van coalitieregeringen heeft tot op heden sinds 1990 elk parlement nog de volle vier jaar volgemaakt. Coalitieregeringen haalden doorgaans ook de eindstreep, al werden soms coalitiepartners vervangen. Tweemaal werd een premier tussentijds vervangen door de eigen (grootste) partij, eenmaal overleed de minister-president voortijdig en in deze gevallen kreeg het kabinet een andere naam. Ministers worden te pas en te onpas vervangen of ruilen hun portefeuille, evenals staatssecretarissen, geheel in lijn met de traditie in de omringende landen. Waar in Nederland afgetreden ministers later plots opduiken als CdK, burgemeester of voorzitter van de een of andere commissie, moet het je in Hongarije niet verbazen als de betreffende persoon terugkeert op een ander ministerie of, al dan niet tijdens dezelfde kabinetsperiode, op dezelfde post! Tussentijds worden ook soms ministeries gesplitst of gefuseerd, worden nieuwe ministersposten (zonder portefeuille) geïnstalleerd of nieuwe politieke functies bedacht, al dan niet op constitutionele basis. Zoals u als lezer merkt valt er wat dat betreft veel in de Hongaarse politiek te beleven en is het net als in omringende landen en bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk wat dat betreft alles behalve saai – voor wie politiek geëngageerd is – maar de gewone burger ziet er alleen maar het bewijs van machtsspelletjes, corruptie, vriendjespolitiek en grove onbekwaamheid in en vraagt zich af op wie en vooral of hij een volgende keer zal stemmen.
De laatste regeringsperiode stapte de kleinste coalitiepartij uit de regering, maar in plaats van nieuwe verkiezingen uit te schrijven, koos de zittende sociaal-democratische premier Ferenc Gyurcsány ervoor als minderheidsregering zijn kabinet voort te zetten, met gedoogsteun van het eerder genoemde onafhankelijke parlementslid die daarvoor beloond werd met een ministerspost. Ook toen was er – net – geen meerderheid, maar de premier wist dat doorgaans toch niet alle parlementsleden op komen dagen en hij het daardoor in de praktijk kon proberen. Dit bleek een misvatting, omdat ook veel eigen parlementsleden de reis naar Boedapest dikwijls te vermoeiend vonden en veel voorstellen werden dan ook geblokkeerd door de oppositie. De eerste minister vreesde vooral ongenadig hard te worden afgestraft bij hernieuwde verkiezingen. Gyurcsány was sowieso al de gebeten hond toen in 2006 uitlekte dat hij ruiterlijk toegaf bij een besloten partijbijeenkomst, tijdens de verkiezingen een paar maanden eerder samen met de rest van de partij hard te hebben gelogen over de economisch-financiële situatie en beloften te hebben gedaan die nooit zouden kunnen worden nagekomen. Heel het land in rep en roer, het temperamentvolle volk der Magyaren was toch al lekker op stoom gekomen omdat deze protesten samenvielen met het herdenken van de Hongaarse Opstand van 1956, exact een halve eeuw daarvoor. Zie daar: wederom hadden ‘de Rooien’ de Hongaren bedonderd. Maar vrijwel geen Hongaar die zich afvroeg waarom het volk zondermeer al die politieke retoriek een paar maand daarvoor had geloofd en waarom de media daarover geen kritische vragen hadden gesteld. In plaats van partijprogramma’s na te laten rekenen en de staatsuitgaven eens goed tegen het licht te houden, ging de discussie tussen partijen en in de pers vooral over voor-tegen, rechts versus links. Dat was vier jaar geleden, maar de vergelijking met het heden is treffend en de verklaringen voor de verkiezingsuitslag nu liggen grotendeels daar, in het najaar van 2006. Deze tendens is overigens al langer zichtbaar; ik herlas zojuist een artikel dat ik zes jaar geleden heb gepubliceerd1 over de politieke situatie op dat moment en zie dat het beeld ook toen al grotendeels hetzelfde was.
Premier Gyurcsány zag de bui al hangen zoals gezegd en was het zo zat dat hij besloot het bijltje erbij neer te leggen. De eens charismatische politicus bedacht dat hij als ‘exponent van het Hongaarse biefstuksocialisme’ en financieel al lang ‘binnen’ een leukere dagbesteding voor zich zag en droeg het stokje over aan zijn jonge adjudant Gordon Bajnai die om strategische redenen partijloos was (geworden). Hij leek de enige die deze ondankbare taak op zich wilde nemen voor de laatste 12 maanden om in elk geval ooit nog als premier de kronieken in te gaan. Veelzeggend is dat hij dit jaar geen kandidaat was bij de verkiezingen.
Hongaarse politieke partijen.
Aan de linkerzijde van het politieke spectrum bevindt zich de Hongaarse Socialistische Partij (MSZP), qua (oorspronkelijk) gedachtegoed de Hongaarse tegenhanger van de PvdA en tegenwoordig sociaal-democratisch. In de praktijk bedient deze centrum-linkse partij de gehele linker vleugel, omdat meer radicale partijen als de (socialistische) Arbeiderspartij en Hongaarse Communistische Partij bij lange na niet de kiesdrempel halen. Traditioneel is de MSZP sterk in de grotere en de (voormalige) industrie- en mijnsteden, alsmede in de volks- en flatwijken van Boedapest en het minder ontwikkelde (noord-)oosten van het land. Vanaf 2002 tot de verkiezingen afgelopen maand leidde deze partij de regeringen, tot 2008 in een Hongaarse ‘Paarse Coalitie’ met de liberale SZDSZ (Alliantie voor Vrijheid en Democratie), destijds pionerend voor Oostelijk Centraal-Europa, dat later navolging kreeg in andere landen – overigens vaak uit bittere noodzaak. Deze ‘Hongaarse VVD’ heeft haar aanhang van oudsher in de betere wijken van Boedapest, alsmede onder grotere zelfstandigen en liberale intellectuelen. Van oudsher wordt de partij in Hongarije al dan niet terecht door velen vooral geassocieerd met de joodse bevolking uit Boedapest. Gezien het geringe aantal daarvan kan dat echter nooit de omvang van de partij verklaren. Zij is overigens de afgelopen jaren sterk gekrompen en ondanks het verlaten van de vorige regering door veel kiezers toch afgerekend op het beleid en mede als gevolg van enkele schandalen was het duidelijk dat ze ditmaal de kiesdrempel niet zou halen. Op landelijk niveau werd daarom een fusie aangegaan met de MDF (Hongaars Democratisch Forum), maar ook zo werd het parlement niet gehaald en het lijkt er nu op dat de partij in haar huidige vorm ophoudt te bestaan, waardoor er geen puur liberale partij meer in Hongarije is. Het MDF was vanouds een centrum-rechtse licht conservatieve partij, die vooral furore maakte na de Omwenteling en reeds voor de Revolutie in 1989 was opgericht door intellectuele dissidenten en tegenstanders van het socialistische regime. Na eindeloze splitsingen en schandalen raakte de partij in een identiteitscrisis en leek zij een meer centrum-linkse koers te varen, waardoor het verbond met de liberalen als een verrassing kwam. Bij de recente verkiezingen werd, voor het eerst sinds de oprichting, de kiesdrempel niet gehaald en lijkt de rol van de partij, die tot tweemaal toe deel uitmaakte van een regering, voorlopig uitgespeeld.
Wij dienen ons echter hierbij te realiseren dat de in West-, Noord- en Zuid-Europa bekende tegenstellingen tussen ‘rechts’ en ‘links’ veel minder expliciet zijn in Oostelijk Centraal-Europa. Ook de binding met traditionele ideologieën is anders en de te voeren politiek lijkt in veel landen in dit deel van het continent meer gebaseerd op pragmatisme en het meezingen met de coalitie of juist afzetten daartegen. Als voorbeeld kunnen we de afgelopen twee regeerperiodes nemen in Hongarije: formeel was de sociaal-democratische partij sterk in overwicht en was de liberale partij alleen maar nodig voor de paar extra zetels om de meerderheid te behalen. De gevoerde politiek kenmerkte zich echter onder de drie opeenvolgende premiers door grootschalige privatiseringen, het terugtrekken van de overheid, denivellering en het beëindigen of sterk versoberen van sociale welvaartspolitiek. Dit valt zeker niet slechts op het conto van de liberalen te schrijven, want nadat zij uit de regering waren gestapt werd het beleid nog sterker voortgezet.
Hiertegen werd oppositie gevoerd door de centrum-rechtse volkspartij Fidesz, die een veel gematigdere politiek voorstaat met een weliswaar kleinere (bureaucratische) overheid, maar met een sterker sociaal ingrepen en een grotere rol voor de staat en vooral minder marktwerking. Wat op het eerste gezicht een paradox lijkt is werkelijkheid in veel meer postcommunistische landen en lijkt vooral te maken te hebben met het al dan niet dragen van regeringsverantwoordelijkheden en de visie van beeldbepalende politici; democratie in deze landen lijkt meer dan in bijvoorbeeld Nederland af te hangen van individuen en veel minder een ‘partocratie’ te zijn. Wellicht verdienen deze ontwikkelingen, die we ook steeds meer in Nederland en ons omringende landen kunnen zien, zoals een toenemend populisme en het vervagen van begrippen als ‘rechts’ en ‘links’ (die zoals duidelijk wordt uit colleges Politicologie tegenwoordig al lang niet meer de oorspronkelijke lading dekken) meer aandacht in de politieke wetenschappen en colleges.
Om toch de – ook in Hongarije nog steeds gehanteerde – traditionele verdeling te volgen bespreek ik hier kort verder de partijen ter rechterzijde. Overigens ligt het ‘centrum’ in landen als Hongarije, Tsjechië, Slowakije, Polen, Roemenië en zeker in Kroatië, Slovenië, Servië enzovoort, al verder naar rechts dan in Nederland, vergelijkbaar met bijvoorbeeld Beieren (CSU) of Oostenrijk. Er is een sterkere nadruk op de nationale identiteit en opmerkingen die door politici als Verdonk of Wilders worden geuit en sterk worden bekritiseerd, worden in de eerder genoemde landen door een groot deel van de bevolking algemeen geaccepteerd. De eerder genoemde partij Fidesz (officieel: Fidesz MPP; Fidesz – Hongaars Burger Platform) is vrijwel geheel gefuseerd met de KDNP (Christen-Democratische Volkspartij) die eigenlijk alleen in naam nog bestaat en nauwelijks nog afzonderlijk herkenbaar is. Fidesz (‘Verbond van Jonge Democraten’, niet geheel toevallig is er de link met het Latijnse woord voor ‘vertrouwen’ of ‘hoop’) was oorspronkelijk een partij van jonge intellectuelen, die in 1989 een radicale verandering voorstond. De overeenkomst met D66 was zeer treffend. In 1998 werd de toen 35-jarige Viktor Orbán de jongste Hongaarse premier ooit. Zijn generatiegenoten begonnen fris met nieuw beleid. Gaandeweg werden deze politici ouder en hoewel nog steeds gesteund door het jonge deel van de Hongaren, werd de partij steeds conservatiever, mede als gevolg van een fusie met de KDNP en de aansluiting van voormalige MDF-leden en andere politici. Fidesz verwerd tot een brede, centrum-rechtse volkspartij en hoewel niet zo duidelijk gelieerd aan de kerk als in bijvoorbeeld Roemenië, Kroatië of Polen, maar meer aan het vaderland, kan de partij naar Nederlandse maatstaven het beste worden vergeleken met het CDA, al zijn er zeker verschillen. Door de oppositie en Westerse pers is Fidesz bij herhaling neergezet als een enigszins nationalistische partij, met name vanwege de nadruk op de Hongaarse identiteit en de beleden lotsverbondenheid met de grote Hongaarse minderheden in de buurlanden. Zoals hiervoor beschreven is de partij naar Centraal-Europese maatstaven echter vandaag de dag zeker niet als rechts-nationalistisch te bestempelen, doch juist relatief gematigd en de voorgestelde koers is dikwijls ‘linkser’ (socialer, met minder vrije markt) dan die van andere partijen.
Aan de uiterst rechtse flank bevindt zich de Hongaarse Partij voor Gerechtigheid en Leven (MIÉP). Slechts eenmaal wist deze het parlement te bereiken, maar sinds men steeds duidelijker neonazistische trekjes begon te vertonen en daar ook duidelijk voor uitkwam, nam de kritiek toe en het electoraat af. Deze partij kan worden aangemerkt als een Hongaarse versie van de voormalige CP’86, CD of Nederlandse Volksunie. Bij de recente verkiezingen behaalde de partij landelijk slechts 1200 stemmen, hetgeen nog geen kwart promille van de stemmen is, in internationaal perspectief zéér weinig. Daarentegen behaalde een nieuwe rechtse partij, gedeeltelijk een afsplitsing van MIÉP, een veel beter resultaat. Dit is de partij Jobbik (Beweging voor een Beter Hongarije). Evenzo als in het Engels ‘right’ zowel ‘goed’ als ‘rechts’ kan betekenen, geldt dat ook voor het Hongaarse bijvoeglijk naamwoord ‘jó’. ‘Jobbik’ betekent dan ‘beter’ of ‘rechtser’ (in het meervoud) en dit duidt gelijk aan waar deze politieke beweging (analoog aan wat Rita Verdonk voorstaat met haar politieke ‘beweging’ ‘Trots op Nederland’) zich wenst te positioneren: het bieden van een alternatief voor de dominante en voortdurend ruziënde partijen MSZP en Fidesz, waarbij vooral een ‘derde weg’ wordt gepropageerd. Die is niet zozeer ‘rechts’ of ‘links’ volgens de vertegenwoordigende politici, maar ‘anders’ en dan vooral ‘beter’. Met name doordat de rechts-radicale jongerenbeweging Hongaarse Garde zich steeds meer ging afficheren met Jobbik (vooral tijdens de eerder genoemde rellen in oktober 2006) kreeg de partij met name bij buitenlandse media en ook in Hongarije zelf een uiterst radicaal nationalistisch label opgeplakt. Het is de vraag of dit welbeschouwd helemaal terecht is. In huidig internationaal politiek perspectief en met name in ogenschouw nemende de tendensen in Centraal-Europa kan Jobbik vooral als populistisch worden gekenschetst, geleid door welbespraakte relatief jonge politici van beide sexen, waarbij vergelijkingen met Jörg Haider of Filip Dewinter opgeld lijken te doen, maar om in Nederlands perspectief te blijven we eigenlijk beter kunnen denken aan Geert Wilders. Waar in de optiek van de bekende politicus uit Venlo – ooit getrouwd in Boedapest en met een Hongaarse echtgenote met waarschijnlijk twee paspoorten - vooral de moslims debet zijn aan sociale onrust en algehele malaise, zijn het volgens Jobbik bij gebrek aan moslims vooral de roma (die zich in Hongarije ook zelf aanduiden als ‘zigeuners’). Wegens hun geringe economische inbreng en volstrekte afwezigheid in het financieel-economische systeem kunnen zij moeilijk verantwoordelijk worden gehouden voor de financiële crisis en de ‘uitverkoop van Hongarije’; daarvoor wordt door Jobbik dan ook de joodse minderheid verantwoordelijk gehouden. Ook Chinezen en grote westerse multinationals zijn zeker verdacht, maar tegen ‘gewone West-Europese burgers’ (bijvoorbeeld uit Nederland, Duitsland of andere landen) zegt men niets te hebben. In internationaal perspectief is het bevolkingsaandeel van de Chinezen en overige buitenlanders gering en het aantal joden op enkele in Boedapest na vrijwel te verwaarlozen, maar door de kiezers van Jobbik lijken daarover geen kritische vragen te worden gesteld. In het algemeen kan deze partij vooral als opportunistisch worden gekenschetst, waarbij men zijn heil zoekt in het beschermen van Hongaarse waarden en het streven naar integratie van de Hongaarse natie in Europa, lees: de het maken van aansprak op territoria met Hongaarse minderheden in buurlanden. Dit gaat niet altijd samen met Europese integratie, waardoor men zeer sceptisch staat ten opzichte van de EU. Ook hier zien we duidelijk overeenkomsten met bijvoorbeeld de PVV en is net als bij andere populistische partijen vooral een etnische (dan wel religieuze) bevolkingsgroep de zondebok. In Hongarije zijn de zigeuners in brede lagen van de bevolking niet geliefd, om uiteenlopende redenen. Maar dit is zeker niet specifiek voor Hongarije, maar valt terug te zien in vrijwel alle landen met een aanmerkelijke roma- of andere zigeunerbevolking; in landen als Slowakije, Servië en Bulgarije is hun positie ontegenzeggelijk slechter en wordt er door de bevolking in het algemeen meer gediscrimineerd. Dit in ogenschouw nemende lijkt het veel beter te verklaren waarom een dergelijke partij, juist in tijden van economische crisis, goed weet te scoren en gehoor vindt bij een ontevreden bevolking die, laten we dat niet vergeten, economisch veel zwakker staat en te maken heeft met veel meer onzekerheden en bedreigingen voor het dagelijkse bestaan dan kiezers van vergelijkbare partijen in bijvoorbeeld Oostenrijk, Frankrijk, Italië, Nederland of Vlaanderen, terwijl daarnaast de bekritiseerde bevolkingsgroep in Hongarije relatief groter in aantal is dan bijvoorbeeld de moslims in de genoemde oudere lidstaten van de EU. Ook onder mijn gedeeltelijk intellectuele Hongaarse kennissenkring, alsmede onder buurtgenoten bestaat er duidelijke sympathie of steun voor Jobbik en de redenen zijn uiteenlopend, maar vallen samen te vatten als ontevredenheid over de bestaande situatie en gedesillusioneerdheid in andere partijen.
Als laatste partij dient genoemd te worden de nieuwe beweging Lehet más a politika! (LMP; Politiek kan anders!) die dit jaar voor het eerst meedeed aan de parlementsverkiezingen. Vorig jaar werd de kiesdrempel voor het Europees parlement niet gehaald, maar in relatief korte tijd heeft deze partij veel aanhang verworven. Zij zegt ook een alternatief te bieden, namelijk voor de bestaande grote partijen en ook voor Jobbik. LMP is opgericht door en vindt ook haar aanhang vooral onder jongere, hoger opgeleide delen van de bevolking en dan vooral in en rond Boedapest. Zonder af te willen doen aan haar specifieke doelstellingen, valt zij vooral te kenschetsen als een groene partij, die opkomt voor duurzaamheid, het milieu en streeft naar een rechtsvaardigere verdeling en gebruik van de wereld. Tot nu toe is dit de eerste keer dat in Hongarije een variant op GroenLinks (of een Groene partij in het algemeen) in het parlement wordt vertegenwoordigd.
Volgende week:
Uitslag van de verkiezingen
-en-
Conclusie en vooruitblik.
Na deze uitvoerige beschrijving van het ingewikkelde Hongaarse kiesstelsel gaan we stapje voor stapje verder naar de vraag wie de parlementsverkiezingen nu hebben gewonnen dit jaar. Daarvoor zullen we kort de thans belangrijkste Hongaarse politieke partijen voor het voetlicht brengen, maar eerst nog even de politieke ontwikkelingen van de afgelopen jaren kort doornemen.
Net als in Nederland, zijn in Hongarije coalities gebruikelijk. Maar door de combinatie van het evenredigheids- met het districtenstelsel en het invoeren van een redelijk hoge kiesdrempel is het aantal partijen dat vertegenwoordigd is in het parlement in ieder geval tegenwoordig lager dan in Nederland. De partijen in het parlement zijn in de loop der tijd wel gewijzigd, verder zijn er eindeloze partijfusies, -scheuringen en –splitsingen geweest, evenals naamswijzigingen. Grofweg waren in ieder geval tot voor kort de belangrijkste internationale politieke stromingen vertegenwoordigd, zij het niet allemaal in het parlement. Ondanks het vaak moeilijke verloop van coalitieregeringen heeft tot op heden sinds 1990 elk parlement nog de volle vier jaar volgemaakt. Coalitieregeringen haalden doorgaans ook de eindstreep, al werden soms coalitiepartners vervangen. Tweemaal werd een premier tussentijds vervangen door de eigen (grootste) partij, eenmaal overleed de minister-president voortijdig en in deze gevallen kreeg het kabinet een andere naam. Ministers worden te pas en te onpas vervangen of ruilen hun portefeuille, evenals staatssecretarissen, geheel in lijn met de traditie in de omringende landen. Waar in Nederland afgetreden ministers later plots opduiken als CdK, burgemeester of voorzitter van de een of andere commissie, moet het je in Hongarije niet verbazen als de betreffende persoon terugkeert op een ander ministerie of, al dan niet tijdens dezelfde kabinetsperiode, op dezelfde post! Tussentijds worden ook soms ministeries gesplitst of gefuseerd, worden nieuwe ministersposten (zonder portefeuille) geïnstalleerd of nieuwe politieke functies bedacht, al dan niet op constitutionele basis. Zoals u als lezer merkt valt er wat dat betreft veel in de Hongaarse politiek te beleven en is het net als in omringende landen en bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk wat dat betreft alles behalve saai – voor wie politiek geëngageerd is – maar de gewone burger ziet er alleen maar het bewijs van machtsspelletjes, corruptie, vriendjespolitiek en grove onbekwaamheid in en vraagt zich af op wie en vooral of hij een volgende keer zal stemmen.
De laatste regeringsperiode stapte de kleinste coalitiepartij uit de regering, maar in plaats van nieuwe verkiezingen uit te schrijven, koos de zittende sociaal-democratische premier Ferenc Gyurcsány ervoor als minderheidsregering zijn kabinet voort te zetten, met gedoogsteun van het eerder genoemde onafhankelijke parlementslid die daarvoor beloond werd met een ministerspost. Ook toen was er – net – geen meerderheid, maar de premier wist dat doorgaans toch niet alle parlementsleden op komen dagen en hij het daardoor in de praktijk kon proberen. Dit bleek een misvatting, omdat ook veel eigen parlementsleden de reis naar Boedapest dikwijls te vermoeiend vonden en veel voorstellen werden dan ook geblokkeerd door de oppositie. De eerste minister vreesde vooral ongenadig hard te worden afgestraft bij hernieuwde verkiezingen. Gyurcsány was sowieso al de gebeten hond toen in 2006 uitlekte dat hij ruiterlijk toegaf bij een besloten partijbijeenkomst, tijdens de verkiezingen een paar maanden eerder samen met de rest van de partij hard te hebben gelogen over de economisch-financiële situatie en beloften te hebben gedaan die nooit zouden kunnen worden nagekomen. Heel het land in rep en roer, het temperamentvolle volk der Magyaren was toch al lekker op stoom gekomen omdat deze protesten samenvielen met het herdenken van de Hongaarse Opstand van 1956, exact een halve eeuw daarvoor. Zie daar: wederom hadden ‘de Rooien’ de Hongaren bedonderd. Maar vrijwel geen Hongaar die zich afvroeg waarom het volk zondermeer al die politieke retoriek een paar maand daarvoor had geloofd en waarom de media daarover geen kritische vragen hadden gesteld. In plaats van partijprogramma’s na te laten rekenen en de staatsuitgaven eens goed tegen het licht te houden, ging de discussie tussen partijen en in de pers vooral over voor-tegen, rechts versus links. Dat was vier jaar geleden, maar de vergelijking met het heden is treffend en de verklaringen voor de verkiezingsuitslag nu liggen grotendeels daar, in het najaar van 2006. Deze tendens is overigens al langer zichtbaar; ik herlas zojuist een artikel dat ik zes jaar geleden heb gepubliceerd1 over de politieke situatie op dat moment en zie dat het beeld ook toen al grotendeels hetzelfde was.
Premier Gyurcsány zag de bui al hangen zoals gezegd en was het zo zat dat hij besloot het bijltje erbij neer te leggen. De eens charismatische politicus bedacht dat hij als ‘exponent van het Hongaarse biefstuksocialisme’ en financieel al lang ‘binnen’ een leukere dagbesteding voor zich zag en droeg het stokje over aan zijn jonge adjudant Gordon Bajnai die om strategische redenen partijloos was (geworden). Hij leek de enige die deze ondankbare taak op zich wilde nemen voor de laatste 12 maanden om in elk geval ooit nog als premier de kronieken in te gaan. Veelzeggend is dat hij dit jaar geen kandidaat was bij de verkiezingen.
Hongaarse politieke partijen.
Aan de linkerzijde van het politieke spectrum bevindt zich de Hongaarse Socialistische Partij (MSZP), qua (oorspronkelijk) gedachtegoed de Hongaarse tegenhanger van de PvdA en tegenwoordig sociaal-democratisch. In de praktijk bedient deze centrum-linkse partij de gehele linker vleugel, omdat meer radicale partijen als de (socialistische) Arbeiderspartij en Hongaarse Communistische Partij bij lange na niet de kiesdrempel halen. Traditioneel is de MSZP sterk in de grotere en de (voormalige) industrie- en mijnsteden, alsmede in de volks- en flatwijken van Boedapest en het minder ontwikkelde (noord-)oosten van het land. Vanaf 2002 tot de verkiezingen afgelopen maand leidde deze partij de regeringen, tot 2008 in een Hongaarse ‘Paarse Coalitie’ met de liberale SZDSZ (Alliantie voor Vrijheid en Democratie), destijds pionerend voor Oostelijk Centraal-Europa, dat later navolging kreeg in andere landen – overigens vaak uit bittere noodzaak. Deze ‘Hongaarse VVD’ heeft haar aanhang van oudsher in de betere wijken van Boedapest, alsmede onder grotere zelfstandigen en liberale intellectuelen. Van oudsher wordt de partij in Hongarije al dan niet terecht door velen vooral geassocieerd met de joodse bevolking uit Boedapest. Gezien het geringe aantal daarvan kan dat echter nooit de omvang van de partij verklaren. Zij is overigens de afgelopen jaren sterk gekrompen en ondanks het verlaten van de vorige regering door veel kiezers toch afgerekend op het beleid en mede als gevolg van enkele schandalen was het duidelijk dat ze ditmaal de kiesdrempel niet zou halen. Op landelijk niveau werd daarom een fusie aangegaan met de MDF (Hongaars Democratisch Forum), maar ook zo werd het parlement niet gehaald en het lijkt er nu op dat de partij in haar huidige vorm ophoudt te bestaan, waardoor er geen puur liberale partij meer in Hongarije is. Het MDF was vanouds een centrum-rechtse licht conservatieve partij, die vooral furore maakte na de Omwenteling en reeds voor de Revolutie in 1989 was opgericht door intellectuele dissidenten en tegenstanders van het socialistische regime. Na eindeloze splitsingen en schandalen raakte de partij in een identiteitscrisis en leek zij een meer centrum-linkse koers te varen, waardoor het verbond met de liberalen als een verrassing kwam. Bij de recente verkiezingen werd, voor het eerst sinds de oprichting, de kiesdrempel niet gehaald en lijkt de rol van de partij, die tot tweemaal toe deel uitmaakte van een regering, voorlopig uitgespeeld.
Wij dienen ons echter hierbij te realiseren dat de in West-, Noord- en Zuid-Europa bekende tegenstellingen tussen ‘rechts’ en ‘links’ veel minder expliciet zijn in Oostelijk Centraal-Europa. Ook de binding met traditionele ideologieën is anders en de te voeren politiek lijkt in veel landen in dit deel van het continent meer gebaseerd op pragmatisme en het meezingen met de coalitie of juist afzetten daartegen. Als voorbeeld kunnen we de afgelopen twee regeerperiodes nemen in Hongarije: formeel was de sociaal-democratische partij sterk in overwicht en was de liberale partij alleen maar nodig voor de paar extra zetels om de meerderheid te behalen. De gevoerde politiek kenmerkte zich echter onder de drie opeenvolgende premiers door grootschalige privatiseringen, het terugtrekken van de overheid, denivellering en het beëindigen of sterk versoberen van sociale welvaartspolitiek. Dit valt zeker niet slechts op het conto van de liberalen te schrijven, want nadat zij uit de regering waren gestapt werd het beleid nog sterker voortgezet.
Hiertegen werd oppositie gevoerd door de centrum-rechtse volkspartij Fidesz, die een veel gematigdere politiek voorstaat met een weliswaar kleinere (bureaucratische) overheid, maar met een sterker sociaal ingrepen en een grotere rol voor de staat en vooral minder marktwerking. Wat op het eerste gezicht een paradox lijkt is werkelijkheid in veel meer postcommunistische landen en lijkt vooral te maken te hebben met het al dan niet dragen van regeringsverantwoordelijkheden en de visie van beeldbepalende politici; democratie in deze landen lijkt meer dan in bijvoorbeeld Nederland af te hangen van individuen en veel minder een ‘partocratie’ te zijn. Wellicht verdienen deze ontwikkelingen, die we ook steeds meer in Nederland en ons omringende landen kunnen zien, zoals een toenemend populisme en het vervagen van begrippen als ‘rechts’ en ‘links’ (die zoals duidelijk wordt uit colleges Politicologie tegenwoordig al lang niet meer de oorspronkelijke lading dekken) meer aandacht in de politieke wetenschappen en colleges.
Om toch de – ook in Hongarije nog steeds gehanteerde – traditionele verdeling te volgen bespreek ik hier kort verder de partijen ter rechterzijde. Overigens ligt het ‘centrum’ in landen als Hongarije, Tsjechië, Slowakije, Polen, Roemenië en zeker in Kroatië, Slovenië, Servië enzovoort, al verder naar rechts dan in Nederland, vergelijkbaar met bijvoorbeeld Beieren (CSU) of Oostenrijk. Er is een sterkere nadruk op de nationale identiteit en opmerkingen die door politici als Verdonk of Wilders worden geuit en sterk worden bekritiseerd, worden in de eerder genoemde landen door een groot deel van de bevolking algemeen geaccepteerd. De eerder genoemde partij Fidesz (officieel: Fidesz MPP; Fidesz – Hongaars Burger Platform) is vrijwel geheel gefuseerd met de KDNP (Christen-Democratische Volkspartij) die eigenlijk alleen in naam nog bestaat en nauwelijks nog afzonderlijk herkenbaar is. Fidesz (‘Verbond van Jonge Democraten’, niet geheel toevallig is er de link met het Latijnse woord voor ‘vertrouwen’ of ‘hoop’) was oorspronkelijk een partij van jonge intellectuelen, die in 1989 een radicale verandering voorstond. De overeenkomst met D66 was zeer treffend. In 1998 werd de toen 35-jarige Viktor Orbán de jongste Hongaarse premier ooit. Zijn generatiegenoten begonnen fris met nieuw beleid. Gaandeweg werden deze politici ouder en hoewel nog steeds gesteund door het jonge deel van de Hongaren, werd de partij steeds conservatiever, mede als gevolg van een fusie met de KDNP en de aansluiting van voormalige MDF-leden en andere politici. Fidesz verwerd tot een brede, centrum-rechtse volkspartij en hoewel niet zo duidelijk gelieerd aan de kerk als in bijvoorbeeld Roemenië, Kroatië of Polen, maar meer aan het vaderland, kan de partij naar Nederlandse maatstaven het beste worden vergeleken met het CDA, al zijn er zeker verschillen. Door de oppositie en Westerse pers is Fidesz bij herhaling neergezet als een enigszins nationalistische partij, met name vanwege de nadruk op de Hongaarse identiteit en de beleden lotsverbondenheid met de grote Hongaarse minderheden in de buurlanden. Zoals hiervoor beschreven is de partij naar Centraal-Europese maatstaven echter vandaag de dag zeker niet als rechts-nationalistisch te bestempelen, doch juist relatief gematigd en de voorgestelde koers is dikwijls ‘linkser’ (socialer, met minder vrije markt) dan die van andere partijen.
Aan de uiterst rechtse flank bevindt zich de Hongaarse Partij voor Gerechtigheid en Leven (MIÉP). Slechts eenmaal wist deze het parlement te bereiken, maar sinds men steeds duidelijker neonazistische trekjes begon te vertonen en daar ook duidelijk voor uitkwam, nam de kritiek toe en het electoraat af. Deze partij kan worden aangemerkt als een Hongaarse versie van de voormalige CP’86, CD of Nederlandse Volksunie. Bij de recente verkiezingen behaalde de partij landelijk slechts 1200 stemmen, hetgeen nog geen kwart promille van de stemmen is, in internationaal perspectief zéér weinig. Daarentegen behaalde een nieuwe rechtse partij, gedeeltelijk een afsplitsing van MIÉP, een veel beter resultaat. Dit is de partij Jobbik (Beweging voor een Beter Hongarije). Evenzo als in het Engels ‘right’ zowel ‘goed’ als ‘rechts’ kan betekenen, geldt dat ook voor het Hongaarse bijvoeglijk naamwoord ‘jó’. ‘Jobbik’ betekent dan ‘beter’ of ‘rechtser’ (in het meervoud) en dit duidt gelijk aan waar deze politieke beweging (analoog aan wat Rita Verdonk voorstaat met haar politieke ‘beweging’ ‘Trots op Nederland’) zich wenst te positioneren: het bieden van een alternatief voor de dominante en voortdurend ruziënde partijen MSZP en Fidesz, waarbij vooral een ‘derde weg’ wordt gepropageerd. Die is niet zozeer ‘rechts’ of ‘links’ volgens de vertegenwoordigende politici, maar ‘anders’ en dan vooral ‘beter’. Met name doordat de rechts-radicale jongerenbeweging Hongaarse Garde zich steeds meer ging afficheren met Jobbik (vooral tijdens de eerder genoemde rellen in oktober 2006) kreeg de partij met name bij buitenlandse media en ook in Hongarije zelf een uiterst radicaal nationalistisch label opgeplakt. Het is de vraag of dit welbeschouwd helemaal terecht is. In huidig internationaal politiek perspectief en met name in ogenschouw nemende de tendensen in Centraal-Europa kan Jobbik vooral als populistisch worden gekenschetst, geleid door welbespraakte relatief jonge politici van beide sexen, waarbij vergelijkingen met Jörg Haider of Filip Dewinter opgeld lijken te doen, maar om in Nederlands perspectief te blijven we eigenlijk beter kunnen denken aan Geert Wilders. Waar in de optiek van de bekende politicus uit Venlo – ooit getrouwd in Boedapest en met een Hongaarse echtgenote met waarschijnlijk twee paspoorten - vooral de moslims debet zijn aan sociale onrust en algehele malaise, zijn het volgens Jobbik bij gebrek aan moslims vooral de roma (die zich in Hongarije ook zelf aanduiden als ‘zigeuners’). Wegens hun geringe economische inbreng en volstrekte afwezigheid in het financieel-economische systeem kunnen zij moeilijk verantwoordelijk worden gehouden voor de financiële crisis en de ‘uitverkoop van Hongarije’; daarvoor wordt door Jobbik dan ook de joodse minderheid verantwoordelijk gehouden. Ook Chinezen en grote westerse multinationals zijn zeker verdacht, maar tegen ‘gewone West-Europese burgers’ (bijvoorbeeld uit Nederland, Duitsland of andere landen) zegt men niets te hebben. In internationaal perspectief is het bevolkingsaandeel van de Chinezen en overige buitenlanders gering en het aantal joden op enkele in Boedapest na vrijwel te verwaarlozen, maar door de kiezers van Jobbik lijken daarover geen kritische vragen te worden gesteld. In het algemeen kan deze partij vooral als opportunistisch worden gekenschetst, waarbij men zijn heil zoekt in het beschermen van Hongaarse waarden en het streven naar integratie van de Hongaarse natie in Europa, lees: de het maken van aansprak op territoria met Hongaarse minderheden in buurlanden. Dit gaat niet altijd samen met Europese integratie, waardoor men zeer sceptisch staat ten opzichte van de EU. Ook hier zien we duidelijk overeenkomsten met bijvoorbeeld de PVV en is net als bij andere populistische partijen vooral een etnische (dan wel religieuze) bevolkingsgroep de zondebok. In Hongarije zijn de zigeuners in brede lagen van de bevolking niet geliefd, om uiteenlopende redenen. Maar dit is zeker niet specifiek voor Hongarije, maar valt terug te zien in vrijwel alle landen met een aanmerkelijke roma- of andere zigeunerbevolking; in landen als Slowakije, Servië en Bulgarije is hun positie ontegenzeggelijk slechter en wordt er door de bevolking in het algemeen meer gediscrimineerd. Dit in ogenschouw nemende lijkt het veel beter te verklaren waarom een dergelijke partij, juist in tijden van economische crisis, goed weet te scoren en gehoor vindt bij een ontevreden bevolking die, laten we dat niet vergeten, economisch veel zwakker staat en te maken heeft met veel meer onzekerheden en bedreigingen voor het dagelijkse bestaan dan kiezers van vergelijkbare partijen in bijvoorbeeld Oostenrijk, Frankrijk, Italië, Nederland of Vlaanderen, terwijl daarnaast de bekritiseerde bevolkingsgroep in Hongarije relatief groter in aantal is dan bijvoorbeeld de moslims in de genoemde oudere lidstaten van de EU. Ook onder mijn gedeeltelijk intellectuele Hongaarse kennissenkring, alsmede onder buurtgenoten bestaat er duidelijke sympathie of steun voor Jobbik en de redenen zijn uiteenlopend, maar vallen samen te vatten als ontevredenheid over de bestaande situatie en gedesillusioneerdheid in andere partijen.
Als laatste partij dient genoemd te worden de nieuwe beweging Lehet más a politika! (LMP; Politiek kan anders!) die dit jaar voor het eerst meedeed aan de parlementsverkiezingen. Vorig jaar werd de kiesdrempel voor het Europees parlement niet gehaald, maar in relatief korte tijd heeft deze partij veel aanhang verworven. Zij zegt ook een alternatief te bieden, namelijk voor de bestaande grote partijen en ook voor Jobbik. LMP is opgericht door en vindt ook haar aanhang vooral onder jongere, hoger opgeleide delen van de bevolking en dan vooral in en rond Boedapest. Zonder af te willen doen aan haar specifieke doelstellingen, valt zij vooral te kenschetsen als een groene partij, die opkomt voor duurzaamheid, het milieu en streeft naar een rechtsvaardigere verdeling en gebruik van de wereld. Tot nu toe is dit de eerste keer dat in Hongarije een variant op GroenLinks (of een Groene partij in het algemeen) in het parlement wordt vertegenwoordigd.
Volgende week:
Uitslag van de verkiezingen
-en-
Conclusie en vooruitblik.
woensdag 26 mei 2010
Vertraging van e-mails
Vanwege het enorme aantal berichten naar aanleiding van de uitzending van vorige week hebben wij enig moeite met het binnen de gebruikelijke 24 uren beantwoorden van uw vragen.
Wij vragen u daarom enig geduld te hebben. Wij doen ons uiterste best om u zo spoedig mogelijk te helpen.
Met vriendelijke groet,
De Directie
Wij vragen u daarom enig geduld te hebben. Wij doen ons uiterste best om u zo spoedig mogelijk te helpen.
Met vriendelijke groet,
De Directie
Labels:
droomhuis,
gege,
gezocht,
goed,
hongarije,
investeren,
investering,
makelaar,
makelaardij,
onroerend,
vastgoed
Abonneren op:
Berichten (Atom)